Regulier verblijfsrecht geeft een overzicht van het Nederlandse reguliere verblijfsrecht. Centraal staan de voorwaarden en gronden voor verlening van de reguliere verblijfsvergunning (bepaalde en onbepaalde tijd), de mogelijkheid tot intrekking van deze vergunning en de maatregel van de ongewenstverklaring. Daarbij wordt ingegaan op de bijzondere positie van EU-burgers en gemeenschapsonderdanen in het vreemdelingenrecht. Richtsnoer vormt hierbij wetgeving en beleid, de relevante EU-richtlijnen en de jurisprudentie van respectievelijk het EHRM, het Hof van Justitie van de EG/EU te Luxemburg, de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de vreemdelingenkamers van de verschillende nevenzittingsplaatsen van de Rechtbank Den Haag.Het handboek - met veel jurisprudentie, wetgeving en beleid - is bestemd voor vreemdelingenrechtadvocaten, rechterlijke macht, wetenschap en masterstudenten.
Een onderzoek naar de betekenis van het CPT voor de inrichting van vrijheidsbeneming in Nederlandse penitentiaire inrichtingen.Op 26 november 1987 werd te Straatsburg in het kader van de samenwerking binnen de Raad van Europa het Europees Verdrag ter voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing (hierna: ECPT) gesloten. Met het ECPT wordt beoogd te voorzien in een aanvulling op de bescherming die uitgaat van artikel 3 EVRM. In dat artikel wordt het onderwerpen van personen aan foltering of aan onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing in absolute termen verboden. Indien een gedetineerde meent, dat er met betrekking tot zijn detentiesituatie sprake is van schending van dit recht of één der overige in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM) geformuleerde grondrechten, dan kan hij hierover een klacht indienen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM). Voorwaarde is wel, dat eerst alle nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput. Niet zelden resulteert dit in een langdurige en principiële rechtsgang, die uitsluitend de schending van de genoemde rechten kan betreffen. De kern van het ECPT is evenwel gelegen in het bieden van een verdergaande bescherming aan ingeslotenen door niet-juridische middelen van preventieve aard, zoals de preambule dat uitdrukt. Die versterking is gezocht in een tot dusver unieke vorm van toezicht. Teneinde actief plaatsen te bezoeken waar personen van overheidswege worden ingesloten, is bij het ECPT het Europees Comité inzake de voorkoming van folteringen en onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen (hierna: CPT) ingesteld. De Verdragspartijen verbinden zich jegens elkaar het CPT telkens toegang te bieden tot alle plaatsen waar burgers van hun vrijheid beroofd worden gehouden. Onder het motto ‘vreemde ogen dwingen’ inspecteert het CPT die plaatsen van detentie en maakt daarvan rapport op. Zo nodig doet het CPT daarin aanbevelingen aan de betrokken lidstaat teneinde de detentiesituati
Niemand mag worden onderworpen aan foltering, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing. De bestrijding van mensonwaardige behandeling is zo belangrijk, dat niet snel gesproken kan worden van een overdaad aan manieren om de menselijke waardigheid te beschermen. Wel kan het bestaan van meerdere toezichtmechanismen op hetzelfde terrein tot een overlap van werkzaamheden leiden en zelfs tot conflicterende uitkomsten. Vragen over samenloop, afbakening en afstemming omtrent de effectuering van het folterverbod zijn in de steeds dichter wordende internationale regelgeving bijzonder actueel. Dit boek richt zich op de verhouding tussen twee belangrijke organen in de Europese context die toezicht houden op de naleving van het folterverbod: het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en het Europees Comité ter preventie van foltering (CPT). Is er sprake van coördinatie of hiërarchie tussen het CPT en het Hof? In hoeverre houden zij rekening met elkaars bevindingen en standaarden? Nagegaan wordt of de huidige verhouding tussen beide organen bijdraagt aan een effectieve en efficiënte bescherming van het individu tegen mensonwaardige behandeling. De studie biedt nieuwe inzichten in de wijze waarop het EHRM en het CPT functioneren en hoe hun activiteiten zich tot elkaar verhouden. Het boek bevat een uitgebreid overzicht van de jurisprudentie van het Hof en de rapportages van het CPT. In dat verband komen bijvoorbeeld detentieomstandigheden en medische zorg voor gedetineerden uitgebreid aan bod. Het betreft een onderwerp waarover nog weinig literatuur beschikbaar is. Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van de Graduate School of Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Securing the rule of law in a world of multilevel jurisdiction. Meijers-reeks nr. 198
Regulier verblijfsrecht geeft een overzicht van het Nederlandse reguliere verblijfsrecht. Centraal staan de voorwaarden en gronden voor verlening van de reguliere verblijfsvergunning (bepaalde en onbepaalde tijd), de mogelijkheid tot intrekking van deze vergunning en de maatregel van de ongewenstverklaring. Daarbij wordt ingegaan op de bijzondere positie van EU-burgers en gemeenschapsonderdanen in het vreemdelingenrecht. Richtsnoer vormt hierbij wetgeving en beleid, de relevante EU-richtlijnen en de jurisprudentie van respectievelijk het EHRM, het Hof van Justitie van de EG/EU te Luxemburg, de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de vreemdelingenkamers van de verschillende nevenzittingsplaatsen van de Rechtbank Den Haag.Het handboek - met veel jurisprudentie, wetgeving en beleid - is bestemd voor vreemdelingenrechtadvocaten, rechterlijke macht, wetenschap en masterstudenten.
Regulier verblijfsrecht geeft een overzicht van het Nederlandse reguliere verblijfsrecht. Centraal staan de voorwaarden en gronden voor verlening van de reguliere verblijfsvergunning (bepaalde en onbepaalde tijd), de mogelijkheid tot intrekking van deze vergunning en de maatregel van de ongewenstverklaring. Daarbij wordt ingegaan op de bijzondere positie van EU-burgers en gemeenschapsonderdanen in het vreemdelingenrecht. Richtsnoer vormt hierbij wetgeving en beleid, de relevante EU-richtlijnen en de jurisprudentie van respectievelijk het EHRM, het Hof van Justitie van de EG/EU te Luxemburg, de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de vreemdelingenkamers van de verschillende nevenzittingsplaatsen van de Rechtbank Den Haag.Het handboek - met veel jurisprudentie, wetgeving en beleid - is bestemd voor vreemdelingenrechtadvocaten, rechterlijke macht, wetenschap en masterstudenten.
Regulier verblijfsrecht geeft een overzicht van het Nederlandse reguliere verblijfsrecht. Centraal staan de voorwaarden en gronden voor verlening van de reguliere verblijfsvergunning (bepaalde en onbepaalde tijd), de mogelijkheid tot intrekking van deze vergunning en de maatregel van de ongewenstverklaring. Daarbij wordt ingegaan op de bijzondere positie van EU-burgers en gemeenschapsonderdanen in het vreemdelingenrecht. Richtsnoer vormt hierbij wetgeving en beleid, de relevante EU-richtlijnen en de jurisprudentie van respectievelijk het EHRM, het Hof van Justitie van de EG/EU te Luxemburg, de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de vreemdelingenkamers van de verschillende nevenzittingsplaatsen van de Rechtbank Den Haag.Het handboek - met veel jurisprudentie, wetgeving en beleid - is bestemd voor vreemdelingenrechtadvocaten, rechterlijke macht, wetenschap en masterstudenten.
Eén van de nieuwe trends binnen HRM is het inrichten van HR Shared Service Centers. De resultaten van HR Shared Service Centers zijn spectaculair; de efficiency gaat omhoog, evenals de kwaliteit van het geleverde werk. De door HR Shared Service Centers te leveren diensten zijn transparant en de productiviteit stijgt enorm. Geen wonder dus dat in een tijd waarin gevraagd wordt om meer efficiency en meetbare bijdragen van HR, het fenomeen HR Shared Service Centers steeds meer in de belangstelling staat.AdJan Brouwer (Accenture) en Hans van Leeuwen (Defensie) zijn betrokken bij het op- en uitbouwen van het DienstenCentrum Human Resources van het Ministerie van Defensie. Dit HR Shared Service Center bestaat in april 2011 vijf jaar. Dit bleek aanleiding te zijn om de ervaringen neer te schrijven. Er blijkt niet alleen een grote behoefte te bestaan aan het delen van praktische ervaringen met het opzetten van HR Shared Service Centers, maar ook aan het koppelen met gerelateerde thema’s zoals eHRM en HR accounting. In dit boek wordt vooral aandacht geschonken aan de praktische waarde van allerlei ontwikkelingen gerelateerd aan het gebruik van HR Shared Service Centers. Een must voor een ieder die is geïnteresseerd in het fenomeen HR Shared Service Centers.